zaterdag 11 juni 2016

The Heathen God / De Heidense God

In the labyrinth
Of wrong situations
Where flies fly
Amidst wild wild

And evading elders
Under a sleeping moon
The blood looks black
And your heart grey

The vermin knows that
Your powers peel
If they wait long enough
Instinctive sleuth flair

Because the boy with the rock in its head
Is half-blooded
A hybrid shapeshifter
In an ambiguous reality

Does he petrify complete?
Or become a mutant animal creature
With bloodswollen eyes
Only visible at night

After two weeks of slumbering
He makes his choice
He thinks
On the day of the dead flies

But he's half
Between the holes of nature
And the notion of deformity
There's no peace in his mind

At his last meal
He eats the eyes of a living fish
The bowels of a pig
And the head of a crow

His cabin already a stable
The barrels of wine and empty crates overgrown
Just like his thoughts of stone
Icecold in the morbid night

The buzzing has stopped now
And the monster knows
It has to act
With the sharpness of a predator

Lonely hidden in the dark
Searching for prey
Yet the morning after is calm as always
The backwoods hide the wounds

And the carved image of a heathen god

☽☽☽☽☽☽☽☽☽☽

In het labyrint
Van verkeerde situaties
Waar vliegen vliegen
Tussen wild wild

En vliedende vlieren
Onder een slapende maan
Ziet het bloed zwart
En je hart grijs

Het ongedierte weet dat
Jouw krachten vervellen
Als ze lang genoeg wachten
Instinctieve speurzin

Want de jongen met de rots in het hoofd
Is halfslachtig
Een hybride gedaanteverwisselaar
In een ambigue werkelijkheid

Versteent hij volledig?
Of wordt hij een dierlijk gedrocht
Met bloeddoorlopen ogen
Alleen zichtbaar in de nacht

Na twee weken sluimeren
Maakt hij zijn keuze
Denkt hij
Op de dag van de dode vliegen

Maar hij zit half
Tussen de mazen van de natuur
En het besef van mismaaktheid
Vrede is er niet in zijn geest

Op zijn laatste maal
Eet hij de ogen van een levende vis
De ingewanden van een varken
En het hoofd van een kraai

Zijn hut is dan al een dierenstal
De vaten wijn en lege kratten overwoekerd
Net als zijn gedachten van steen
Ijzig koel in de morbide nacht

Het gezoem is opgehouden
En het monster weet
Dat het moet toeslaan
Met de sluwheid van een roofdier

Eenzaam verborgen in het donker
Zoekt hij zijn prooi
Toch is de morgen nadien rustig als altijd
De struiken verbergen de wondes

En het beeld van de heidense god

© GdJ

Geen opmerkingen:

Een reactie posten