woensdag 25 januari 2017

Them Threatening Witches / Die Dreigende Heksen

Three threatening witches
Soak a rose full of thorns
In room warm poison out of open sores
Kept voluntary for years

They mix their blood
In a dark plot of sinly creatures
Mouldy like old gnarls
Bent through and spirally grown rotten

Across the alcoves of craggy cathedral towers,
Peregrine falcons and dizzy old ghosts
In a hyperblack deep hole
Wherefrom negligent the rose falls

A pious person collects it
"This is for me, for me only"
- the gift I've never had -
The first sign of affection

In a life at the border
I cherish the cupbearer, she thinks
But it isn't a treasure
This hallucination brewed in reality

Because the gloomy dream chooses her
And she takes up the sword
In the chilly night
She searches the houses

Murders and steals
In a dress of lace
That turns red fast
The powers she balances

Such goes on for a long time
The rumour even more solid
Than the smelling coughed up snot
Of three secretive triumphant shrews

Until the knight wonders
Who's the murdering maiden?
And decides to chase her down
For the kiss of death

The threefold sacrifice
That the orphan shall bring
So it is written
So it will be

That a man of nobility
Wanted to save her soul
And captures her
In the dead of the night

The demons are screaming
But before the heaven opens up
He has to cleave her heart
A noble deed

He kisses the eagle on his shield
And hunts with his lips
The poison out of her soul
His tear takes her away

To Styx where she rests
In a boat with underneath
Three fishes in the troubled water
And only a slight swell

Spell-bound she awaits patiently
The king of the birds
For the flight ahead
Broken-winged but still

... a white dove ...

☽☽☽☽☽☽☽☽☽☽

Drie dreigende heksen
Drenken een doornen roos
In kamerwarm gif uit open wratten
Jarenlang vrijwillig bewaard

Vermengen hun bloed
In een donker pact van zondige wezens
Vermolmd als oude knoesten
Doorbogen en spiraalachtig rotgegroeid

Doorheen de nissen van grillige kathedraaltorens,
Slechtvalken en zwijmelende geesten
In een hyperzwart diep gat
Waaruit achteloos de roos valt

Een vrome raapt ze op
"Dit is voor mij, voor mij alleen"
- het kado dat ik nooit heb gehad -
De eerste blijk van affectie

In een leven aan de kant
Ik koester de schenker, denkt ze
Maar het is geen schat
Deze hallucinatie gebrouwen in realiteit

Want de nare droom kiest haar
En ze neemt het zwaard op
In de kille nacht
Doorzoekt ze de huizen

Moordt en steelt
In een kanten jurk
Die gauw rood uitslaat
De krachten balanceert ze

Zo gaat het lang verder
Het gerucht nog steviger
Dan het ruikende opgehoeste snot
Van drie heimelijk triomferende knollen

Tot de ridder zich afvraagt
Wie is die moordende maagd?
En beslist haar achterna te rijden
Voor de kus van de dood

Het drieledig offer
Dat de wees zal brengen
Zo is het geschreven
Zo zal het zijn

Dat een man van adel
Haar ziel wil redden
En haar gevangenneemt
In het holst van de nacht

De demonen krijsen
Maar eer de hemel opengaat
Moet hij haar hart doorklieven
Een nobele daad

Hij kust de adelaar op zijn schild
En jaagt met zijn lippen
Het vergif van haar ziel
Zijn traan neemt haar mee

Naar Styx waar ze rust
Op een bootje met eronder
Drie vissen in het troebele water
En slechts lichte deining

Betoverd wacht ze geduldig
Op de koning der vogels
Voor de vlucht vooruit
Gelouterd maar nog steeds

... een witte duif...

© GdJ

Geen opmerkingen:

Een reactie posten