maandag 29 mei 2017

Nebula

Ze liep verloren in de nevelachtige duinen van een reusachtig landschap. Leek dit echt zo uitgestrekt of was het enkel haar verbeelding die haar een wijds, oneindig koninkrijk influisterde. Wie zou het zeggen? Zeker haar vader niet meer want hij was... Oh mijn God, zag zij nu niet tante Alice en haar zuster Marie, mijn grootmoeder, op de top van die klif staan enkele honderden meters verder? Ik moet wel helemaal mijn verstand verliezen... En daarbij die kwamen toch nooit overeen? Nee, ik heb echt wat water nodig om mijn geest op te frissen. "Ah, dat moet een grot zijn!" Het leek zo vanzelfsprekend als het onrealistisch was. Milena ging een gat binnen dat gehouwen was in de flank van de bergwand. Natuurlijk was het er donker maar in de verte kon zij een zwak licht opmerken als was het de olielamp van Aladdin zelf. Toen ze enkele stappen voorwaarts zette, kwam het haar snel voor dat die gedachte er niet zo heel ver naast zat. Maar geen enkele materiële schat kon de vergelijking doorstaan met de enorme rijkdom aan stalactieten en stalagmieten die zij hierbinnen nu mocht aanschouwen. "Drup, drup, drup," de druppelende mineralen hadden een spoor van water gemaakt dat neerwaarts in de grot leidde. Dat moet het pad zijn naar een ondergronds gedeelte, dacht de jonge aristocrate bij zichzelf. Het leek gemakkelijk te zien en te volgen doch niet om het te bewandelen. Maar Milena's nieuwsgierigheid won het en ze vatte de tocht aan. Door het water en een eigenaardig soort stof had het pad een glibberige bodem. In geen tijd was ze al enkele malen gestruikeld en alleen de hoge stenen rotsen hadden verhinderd dat ze hard zou zijn gevallen. Toch zette ze door. En dat loonde want na een tijdje, zo'n twintig minuten, zag ze de energie van het licht écht sterk worden. Het had haar zo ver gebracht door na iedere stap klaarder te worden. Maar het zicht van wat zich nu openbaarde aan haar ogen overschreed grenzeloos haar grootste verbeelding.

Deze ruimte geleek op een magische bron! Miljoenen kleine vliegen verlichtten de rotsen flanken die een ovalen krater met donker water omringden. Hoe magisch ook, dit was evengoed een plaats van contrast, van donker en licht. Milena voelde er zich eigenlijk helemaal niet thuis hoewel ze zeer geïntrigeerd was door die donkere schoonheid. Het overweldigde haar. Er kwam een grimmige aantrekkingskracht uit het water waar ze bijna niet aan kon weerstaan. Ze voelde heel erg de nood om naakt in die poel te baden. Dat was vreemd hoewel ze zich al gans de tijd naakt had gevoeld in deze... droom. Opeens zag zij een rimpel in het midden van de bron, die zich langzaam uitspreidde naar de stenen oevers. Wanneer zij haar blik verscherpte naar de overzijde ontwaarde ze daar iemand. Daar zat een persoon op een bankachtige rots. Een man, volgens haar. Hij had een capuchon over zijn hoofd en zat voorovergebogen met iets dat op een oud stuk touw leek in zijn rechterhand. De man deed aan een pelgrim denken met zijn sandalen en losse pij. "Hallo!" riep Milena. Enkele vleermuizen reageerden krijsend terwijl ze al klapperend wegvlogen van hun goed verstopte hangplek ergens hoog in de wand van de grot. Ze hoorde de echo van haar eigen stem wel zeven keer klinken. Maar de persoon keek niet op. Het is alsof hij in trance zit, dacht ze. Ik laat hem beter met rust. De gebeurtenis had haar echter losgemaakt van de vreemde aantrekking die ze had gevoeld bij aankomst aan de bron. Opeens bleek de magie verdwenen en realiseerde ze zich dat het beter was om te vertrekken vooraleer deze plaats opnieuw zijn grip op haar kon nemen.

Nu te trachten teruggaan was nog moeilijker geworden omdat het licht in haar rug een wrange schaduw voor haar uittekende. Maar toch slaagde ze erin veilig op het spoor te raken dat tussen de gevallen en staande stukken steen lag. De hele tijd wandelde Milena gewoon verder zonder ook maar echt aan iets te denken. Niettemin duurde de tocht omhoog in haar geest zeker meer dan een uur en wanneer ze uiteindelijk aan het begin van de grot kwam was ze meer dan gelukkig om opnieuw licht te zien. Hoewel het een ander soort licht was. Een licht dat heerste achter de nevelachtige wolken die waren neergedaald in de velden van haar geestesoog. Of was het het spectrum van haar gezichtsvermogen. Welk van de twee kon ze vertrouwen? Als in een shock herinnerde Milena zich dat ze hetzelfde conflict had bij haar aankomst hier. Maar... waar uiteindelijk was ze dan wel? Het leek erop alsof ze niks meer wist van wat dan ook. Uitgenomen... dat... ze opeens een begrip had van de figuur die ze gezien had. Het was plots op haar neergekomen, in haar geest, zonder enige moeite. Het was Arthur! Het was hem... Nu wist ze het zeker en het kwetste haar. Het deed pijn aan haar hart als ze aan hem dacht. Wanneer ze dacht aan wat hij gedaan had. Ze voelde een scherpe mix van liefde en pijn. Maar ze wilde daar niet heen gaan. Niet opnieuw! Ze wist dat ze daar niet thuishoorde. Dat was alles wat ze wist...

© GdJ

Geen opmerkingen:

Een reactie posten