dinsdag 17 oktober 2017

Past The Twilight / Het Schemerdonker Voorbij

It grew a grey dusk
In the half mature evening
Where the vermin troops together
Just like the adrenaline rises

Mechanical lead conspiracies
Crowd the tree-bark
Where each one perfectly knows its spot
On the blind map

Here and there a leaf moves
Woken out of sleep by the wind
That sneaks through the forest
Like a soft murderer

The coming night knows his subjects
Just like demons know the night
But they are no evil powers
These guardians of the obscure

They are rhythmic creatures
That dance the tango of nature
Without wondering themselves
Where and when it all ends

Or with whom?
They don't have to ponder
Consider their steps
While they swirl round each other

They don't need a public
That watches with awe
At their macabre show
These competitors

Whose step by step
Is an exploration
A prospection of powers
Until the ultimate dance lines

But as always rules get trampled upon
The darker it becomes
And desirous strangers
Break easier through protective aura

Its instincts of life serve
To be a kill-joy as well
A third person in the drama
Who seizes the dance

But it's no Argentinian
That seduces his prey
By softly whistling their song
In a thigh-bone turning way

Rather an unfaithful spirit
In the smelling corpse
Of a drunk spectator
Waiting for the misstep to come

The twilight has gone for a while now
As lurid boletes cringe together
And tensely wait
For the signal of decay

Just one smothered yell escapes
Then it gets silent again
At the brotherly workfloor
Of the shadow-sneaker

The sound of crime
Does not waste away slowly
Like a dying stem
More fragile with every sweep

Here one is used to violence
In the most cowardly way
The survivors let it be
What do they care

Invisible the catch
Only the unintentional crackling
Of the old tree's arms
Reveals the nocturn has begun

☽☽☽☽☽☽☽☽☽☽

Het schemert donkergrijs
In de halfvolwassen avond
Als het ongedierte samentroept
Net als de adrenaline die opkomt

Mechanisch geleide samenzweringen
Bevolken de boomschors
Waar ieder perfect zijn plekje kent
Op de blinde kaart

Hier en daar beweegt een blad
Uit zijn slaap gehaald door de wind
Die als een zachte moordenaar
Door het bos sluipt

De komende nacht kent zijn onderdanen
Net als de demonen de nacht
Maar het zijn geen boze krachten
Deze bewakers van het duister

Het zijn ritmische wezens
Die de tango der natuur dansen
Zonder zich af te vragen
Waar en wanneer het eindigt

Of met wie?
Zij hoeven niet na te denken
Over hun stappen
Terwijl ze door elkaar wervelen

Zij hoeven geen publiek
Dat met ontzag toekijkt
Op hun macabere show
Hier zijn enkel deelnemers

Voor wie stap voor stap
Het leven een verkenning is
Een aftasten der krachten
Tot aan de ultieme danslijnen

Maar zoals steeds hoe donkerder
Hoe makkelijker regels verstoord
En een begerige vreemde
Het beschermend aura doorboort

Zijn instinctieve levenswandel
Zet aan tot spelbederf
Een derde persoon in het drama
Die de dans doet stokken

Het is echter geen Argentijn
Die zijn prooi lokt
Door zachtjes hun lied te fluiten
Op een dijbeen-draaiende manier

Eerder een infidele geest
In het stinkende lichaam
Van een dronken toeschouwer
Wachtend op de obligate misstap

Het schemerdonker is al even voorbij
Als heksenzwammen bijeenkruipen
En gespannen wachten
Op het sein van afbraak

Enkel één gesmoorde gil breekt uit
Dan wordt het opnieuw stil
Op de collegiale werkvloer
Van de schaduwsluiper

De klank van de misdaad
Kwijnt er niet langzaam weg
Als een stervende stengel
Fragieler bij iedere zwaai

Hier is men geweld gewoon
Op de meest laffe wijze
De nabestaanden laten het zo
Weten zij veel

Onzichtbaar is de buit
Alleen het ongewilde kraken
Van de oude boomarmen
Verraadt de start der nachtwake

© GdJ

Geen opmerkingen:

Een reactie posten